Weblog Topics
Voorstel voor verbetering van de vlootwaardering
Huidige systematiek
(Zie ook Nieuwe systematiek materiaalplan van 2 oktober 2008.)
- Voor het vaststellen van het huidige vlootplan wordt uitgegaan van een lijst waarin per boottype staat opgegeven wat het ideaal aantal van dat type binnen de vloot van RIC zou moeten zijn. Dit ideaal aantal wordt vastgesteld aan de hand van het verwachte gebruik van de boten (zowel recreatief als voor wedstrijden). Op deze lijst staat bijvoorbeeld dat we 5 jeugdskiffs tot 55 kg zouden moeten hebben en 3 vier-zonders in de recreatievloot.
- Vervolgens wordt het huidige botenbestand van RIC gekoppeld aan deze ideale vlootlijst. Boten die niet kunnen worden gekoppeld dienen afgestoten te worden, open plekken in de ideale lijst moeten worden opgevuld met nieuwe aankopen.
- Om de vervangingsprioriteiten te bepalen wordt vervolgens de volgende methode toegepast. Alle boten krijgen een kwaliteitscijfer, variërend van 8 (zeer goed) t/m 1 (slecht). Een nieuw schip begint met 8 punten. In principe wordt elke twee jaar één punt afgetrokken waardoor het schip na 14 jaar op 1 punt uitkomt. De materiaalcommissie schouwt elk jaar de vloot en kan besluiten extra punten af te trekken of toe te kennen.
- Om tot een lijst van vervangingsprioriteiten te komen is voor elke categorie uit de ideale vlootlijst een aantal vergelijkingscategorieën gedefinieerd. In deze categorieën zitten schepen die te beschouwen zijn als vervanging wanneer het desbetreffende schip zelf niet beschikbaar zou zijn. Een 90 kg skiff kan bijvoorbeeld een vervanging zijn voor een 80 kg skiff.
-
Vervolgens wordt individueel per schip de vervangingsprioriteit bepaald. Die is gedefinieerd als het gemiddelde van drie ratio's:
- De eigen kwaliteit
- De gemiddelde kwaliteit van de overige schepen uit de categorie waartoe het schip behoort
- De gemiddelde kwaliteit van de schepen uit de vergelijkingscategorieën
Door deze middeling weegt de individuele kwaliteit van het schip zwaar mee, waardoor slechte schepen binnen een verder hoogwaardige categorie niet aan de aandacht ontsnappen. - Op basis van de prioriteitenlijst wordt een aankoopvoorstel opgesteld. Elke keer als een aankoop bepaald is wordt de lijst opnieuw doorgerekend alsof de aankoop al gedaan is. Het schip dat dan boven aan de prioriteitenlijst komt is de volgende kandidaat om aan het aankoopvoorstel toe te voegen.
Nadelen
Dit systeem werkt goed. Er zit volgens mij nog maar één zwak punt in dat we bij de vorige wijziging hebben overgeslagen: alle boten verminderen even snel in waarde. Dat klopt natuurlijk niet, want een oefenskiff gaat veel korter meer dan een wherry. (Een beetje terzijde: het gaat hier om de technische levensduur, niet om de economische afschrijftermijn of het waardeverloop van een schip in de tijd.)
Momenteel verliest een schip elke twee jaar één punt, dus dat is een half punt per jaar. De schaal loopt van 8 tot 1. (Dat is uitsluitend om historische redenen, we zouden net zo goed van 0 tot 100 kunnen werken of nóg andere getallen. Het gaat om de onderlinge verhoudingen.) De technische levensduur van alle schepen wordt nu dus gesteld op 14 jaar.
Een ander – kleiner – nadeel komt naar voren bij het toekennen of aftrekken van extra punten. De materiaalcommissie doet dit op basis van schouwing, maar er zijn geen richtlijnen over het aantal punten dat worden uitgedeeld of ingehouden. Dit is dus nog een subjectief onderdeel in het verder zo objectieve systeem.
Voorstellen
Mijn voorstel is om te gaan werken met een variabele technische levensduur. Om het ook weer niet al te ingewikkeld te maken heb ik het volgend lijstje bedacht:
| Soort | jaren | punten per jaar |
|---|---|---|
| C-materiaal en wherry's | 28,0 | -0,25 |
| Achten en vieren | 23,3 | -0,30 |
| Wedstrijdtweeën en -skiffs | 17,5 | -0,40 |
| Oefentweeën en -skiffs | 14,0 | -0,50 |
| Ergometers | 10,0 | -0,70 |
| Huidig | 14,0 | -0,50 |
De gemiddelde technische levensduur van onze schepen lijkt hiermee flink te worden opgerekt. Enerzijds doet dit naar mijn idee meer recht aan de werkelijke technische levensduur (onze C4'en zijn alle meer dan tien jaar oud en de meeste kunnen nog jaren mee), anderzijds maakt het niet veel uit want het gaat om de onderlinge verhoudingen.
De getallen hierboven zijn een beetje op het gevoel bepaald: een C-boot gaat wel ongeveer twee keer zo lang mee als een oefenskiff. Wedstrijdschepen zal je relatief snel willen vervangen omdat nieuw materiaal toch wat stijver is dan oud, maar aan de andere kant is het wedstrijdmateriaal dat RIC aanschaft van dermate hoge kwaliteit dat het toch lang meegaat. Ik denk dat dit lijstje een goede benadering vormt.
Mijn bedoeling is om dit jaar over te gaan op de nieuwe regels. De puntenverdeling van vorig jaar vormt daarbij het startpunt; ik wil dus niet met terugwerkende kracht de punten gaan herberekenen; dat zou een hopeloze excercitie worden.
Bij het schouwen en toekennen van punten stel de volgende regels voor:
-
Extra punten aftrekken:
- Bij intensief gebruik: per jaar maximaal één keer extra het aantal punten per jaar. Een oefenskiff kan dus maximaal twee maal een half punt is één punt aftrek per jaar krijgen.
- Bij grote schade die de constructie heeft aangetast: maximaal één punt extra.
-
Extra punten toekennen:
- Bij zeer weinig gebruik: maximaal eens in de twee jaar het aantal punten per jaar. Bijvoorbeeld een wedstrijdtwee die nauwelijks gebruikt wordt behoudt het ene jaar het aantal punten, het volgende jaar volgt dan wel de gewone aftrek, ook wordt hij dan nog steeds niet gebruikt.
- Groot onderhoud: extra punten naar rato van de nieuwprijs. Als er 5.000 euro geïnvesteerd wordt in een schip van 10.000 euro, dan kan dat schip er maximaal 3,5 punt bijkrijgen (de helft van 7).
Ten slotte
Deze aanpassing heeft in eerste instantie niet zoveel effect. Op termijn zal het gladde afschrijfmateriaal echter een stuk sneller bovenaan de prioriteitenlijst komen dan het C-materiaal, en dat doet meer recht aan de feitelijke situatie.
Vergelijkings categorieën
| categorie | vergelijkingscategorie |
|---|---|
| Skiffs niveau II tot 55 kg | Skiffs niveau II 55-65 kg |
| Skiffs niveau II 55-65 kg | Skiffs niveau II tot 55 kg |
| Skiffs niveau II 65-75 kg | |
| Skiffs niveau II 65-75 kg | Skiffs niveau II 55-65 kg |
| Skiffs niveau II 75-90 kg | |
| Skiffs niveau II 75-90 kg | Skiffs niveau II 65-75 kg |
| Skiffs niveau II boven 90 kg | |
| Skiffs niveau II boven 90 kg | Skiffs niveau II 75-90 kg |
| Skiffs niveau III tot 65 kg | Skiffs niveau II 55-65 kg |
| Skiffs niveau III 65-75 kg | |
| Skiffs niveau III 65-75 kg | Skiffs niveau II 65-75 kg |
| Skiffs niveau III tot 65 kg | |
| Skiffs niveau III 75-90 kg | |
| Skiffs niveau III 75-90 kg | Skiffs niveau II 75-90 kg |
| Skiffs niveau III 65-75 kg | |
| Skiffs niveau III boven 90 kg | |
| Skiffs niveau III boven 90 kg | Skiffs niveau II boven 90 kg |
| Skiffs niveau III 75-90 kg | |
| Skiffs WedB 60 kg | Skiffs niveau III tot 65 kg |
| Skiffs WedB 70 kg | |
| Skiffs WedB 70 kg | Skiffs niveau III 65-75 kg |
| Skiffs WedB 60 kg | |
| Skiffs WedB 80 kg | |
| Skiffs WedB 80 kg | Skiffs niveau III 75-90 kg |
| Skiffs WedB 70 kg | |
| Skiffs WedB 90 kg | |
| Skiffs WedB 90 kg | Skiffs niveau III boven 90 kg |
| Skiffs WedB 80 kg | |
| Skiffs WedA 60 kg | Skiffs WedB 60 kg |
| Skiffs WedA 70 kg | |
| Skiffs WedA 70 kg | Skiffs WedB 70 kg |
| Skiffs WedA 60 kg | |
| Skiffs WedA 80 kg | |
| Skiffs WedA 80 kg | Skiffs WedB 80 kg |
| Skiffs WedA 70 kg | |
| Skiffs WedA 90 kg | |
| Skiffs WedA 90 kg | Skiffs WedB 90 kg |
| Skiffs WedA 80 kg | |
| Tweeën niveau II tot 55 kg | Tweeën niveau II 55-65 kg |
| Tweeën niveau II 55-65 kg | Tweeën niveau II tot 55 kg |
| Tweeën niveau II 65-75 kg | |
| Tweeën niveau II 65-75 kg | Tweeën niveau II 55-65 kg |
| Tweeën niveau II 75-85 kg | |
| Tweeën niveau II 75-85 kg | Tweeën niveau II 65-75 kg |
| Tweeën niveau II boven 85 kg | |
| Tweeën niveau II boven 85 kg | Tweeën niveau II 75-85 kg |
| Tweeën niveau III tot 70 kg | Tweeën niveau II tot 55 kg |
| Tweeën niveau II 55-65 kg | |
| Tweeën niveau III 70-80 kg | |
| Tweeën niveau III 70-80 kg | Tweeën niveau II 65-75 kg |
| Tweeën niveau III tot 70 kg | |
| Tweeën niveau III boven 80 kg | |
| Tweeën niveau III boven 80 kg | Tweeën niveau II 75-85 kg |
| Tweeën niveau II boven 85 kg | |
| Tweeën niveau III 70-80 kg | |
| Tweeën WedB 70 kg | Tweeën niveau III tot 70 kg |
| Tweeën WedB 75 kg | |
| Tweeën WedB 75 kg | Tweeën niveau III 70-80 kg |
| Tweeën WedB 70 kg | |
| Tweeën WedB 85 kg | |
| Tweeën WedB 85 kg | Tweeën niveau III boven 80 kg |
| Tweeën WedB 75 kg | |
| Tweeën WedA 70 kg | Tweeën WedB 70 kg |
| Tweeën WedB 75 kg | |
| Tweeën WedA 85 kg | |
| Tweeën WedA 85 kg | Tweeën WedB 85 kg |
| Tweeën WedA 70 kg | |
| Vieren ongestuurd niveau III | Vieren gestuurd niveau III tot 75 kg |
| Vieren gestuurd niveau III boven 75 kg | |
| Vieren ongestuurd WedA 75 kg | Vieren ongestuurd niveau III |
| Vieren ongestuurd WedA 85 kg | |
| Vieren ongestuurd WedA 85 kg | Vieren ongestuurd niveau III |
| Vieren ongestuurd WedA 75 kg | |
| Vieren gestuurd niveau II tot 65 kg | Vieren gestuurd niveau II 65-75 kg |
| Vieren gestuurd niveau II 65-75 kg | Vieren gestuurd niveau II tot 65 kg |
| Vieren gestuurd niveau II boven 75 kg | |
| Vieren gestuurd niveau II boven 75 kg | Vieren gestuurd niveau II 65-75 kg |
| Vieren gestuurd niveau III tot 75 kg | Vieren gestuurd niveau II tot 65 kg |
| Vieren gestuurd niveau II 65-75 kg | |
| Vieren gestuurd niveau III boven 75 kg | |
| Vieren gestuurd niveau III boven 75 kg | Vieren gestuurd niveau II boven 75 kg |
| Vieren gestuurd niveau III tot 75 kg | |
| Vieren gestuurd WedB 75 kg | Vieren gestuurd niveau III tot 75 kg |
| Vieren gestuurd WedB 85 kg | |
| Vieren gestuurd WedB 85 kg | Vieren gestuurd niveau III boven 75 kg |
| Vieren gestuurd WedB 75 kg | |
| Achten niveau II | Achten niveau III |
| Achten WedB 70-80 kg | |
| Achten WedB 80-90 kg | |
| Achten niveau III | Achten niveau II |
| Achten WedB 70-80 kg | |
| Achten WedB 80-90 kg | |
| Achten WedB 70-80 kg | Achten niveau III |
| Achten WedB 80-90 kg | |
| Achten WedB 80-90 kg | Achten niveau III |
| Achten WedB 70-80 kg | |
| C1'en | C2'en ongestuurd |
| C1'en gestuurd | C2'en gestuurd (scull) |
| C2'en gestuurd (boord/scull) | |
| C2'en ongestuurd | C2'en gestuurd (scull) |
| C2'en gestuurd (boord/scull) | |
| C2'en gestuurd (scull) | C2'en ongestuurd |
| C2'en gestuurd (boord/scull) | |
| C3'en gestuurd | |
| C2'en gestuurd (boord/scull) | C2'en ongestuurd |
| C2'en gestuurd (scull) | |
| C3'en gestuurd | |
| C3'en gestuurd | C2'en gestuurd (scull) |
| C4'en (scull) | |
| C4'en (scull) | C3'en gestuurd |
| C4'en (boord/scull) | |
| C4'en (boord/scull) | C4'en (scull) |
| Wherry's | C2'en gestuurd (scull) |
| C2'en gestuurd (boord/scull) |
Nieuwe systematiek materiaalplan
Allereerst: het beleid om de vloot jong te houden, altijd nieuw materiaal aan te schaffen, en boten af te stoten voordat ze ingijpende opknapbeurten of renovaties nodig hebben staat wat mij betreft niet ter discussie. Het is volgens mij de enige manier om zo'n grote vloot met uitsluitend vrijwilligers te beheren. De aanpassing van de systematiek gaat uitsluitend om de prioriteitsbepaling van de vervangingsinvesteringen.
Huidige systematiek
- Voor het vaststellen van het huidige vlootplan wordt uitgegaan van een lijst waarin per boottype staat opgegeven wat het ideaal aantal van dat type binnen de vloot van RIC zou moeten zijn. Dit ideaal aantal wordt vastgesteld aan de hand van het verwachte gebruik van de boten (zowel recreatief als voor wedstrijden). Op deze lijst staat bijvoorbeeld dat we 5 jeugdskiffs tot 55 kg zouden moeten hebben en 3 vier-zonders in de recreatievloot.
- Vervolgens wordt het huidige botenbestand van RIC gekoppeld aan deze ideale vlootlijst. Boten die niet kunnen worden gekoppeld dienen afgestoten te worden, open plekken in de ideale lijst moeten worden opgevuld met nieuwe aankopen.
- Om de vervangingsprioriteiten te bepalen wordt vervolgens de volgende methode toegepast. Alle boten krijgen een kwaliteitscijfer, variërend van 8 (zeer goed) t/m 1 (slecht). Een nieuw schip begint met 8 punten. In principe wordt elke twee jaar één punt afgetrokken waardoor het schip na 14 jaar op 1 punt uitkomt. De materiaalcommissie schouwt elk jaar de vloot en kan besluiten extra punten af te trekken of toe te kennen.
- Om tot een lijst van vervangingsprioriteiten te komen zijn de categorieën uit de ideale vlootlijst ondergebracht in prioriteitsgroepen. (De groep Wedstrijd-A skiffs omvat bijvoorbeeld vier categorieën Wedstrijd-A skiffs van verschillende gewichtsklassen.) De grootte van zo'n prioriteitsgroep is variabel, maar omvat meestal ongeveer 5 schepen. Van elk van deze groepen wordt de gemiddelde kwaliteit berekend. De groep met de laagste gemiddelde kwaliteit heeft de hoogste vervangingsprioriteit.
- Op basis van de prioriteitenlijst wordt een aankoopvoorstel opgesteld. In het ideale geval wordt dit gedaan door de lijst van bovenaf door te nemen, uit elke prioriteitsgroep het slechtste schip te nemen en dit voor te dragen voor vervanging door een nieuw schip (of een RIC-schip van betere kwaliteit uit een andere categorie door te schuiven).
Nadelen
In de praktijk werd de laatste jaren nogal eens afgeweken van de prioriteitenlijst om tot een aankoopvoorstel te komen. De redenen om af te wijken waren legitiem, dus ontstond het gevoel dat de prioriteitenlijst niet de echte aankoopprioriteiten weergaf.
Nadat ik op de vorige ALV had beloofd me hier eens over te buigen ben ik er eens goed voor gaan zitten. Aan de basis is het huidige systeem goed. Ik ben erg gecharmeerd van de "ideale vlootlijst". Die lijst geeft precies weer wat we aan materiaal zouden moeten hebben. Het idee om de boten een kwaliteitscijfer te geven is ook uitstekend. De afschrijvingstermijn is wellicht enigszins arbitrair, en vooral het feit dat een wherry even snel wordt afgeschreven als een Wedstrijd-A skiff is discutabel, maar naar mijn idee zitten daar toch niet de echte pijnpunten.
Waar wel? Ik kom tot het volgende lijstje:
- De groepen zijn statisch. Niet alleen verschillen de prioriteitsgroepen nogal in grootte (van 2 tot 8 schepen), maar voor elk schip binnen de groep zijn de referentieschepen hetzelfde. Dit doet geen recht aan de werkelijkheid. Neem bijvoorbeeld een zware wedstrijdroeier die alleen een Wedstrijd-A skiff met kwaliteit 1 ter beschikking heeft. Deze roeier heeft er niets aan als er binnen dezelfde prioriteitsgroep een lichte Wedstrijd-A skiff met kwaliteit 8 aanwezig is. Deze roeier zou veeleer uitwijken naar een zware Wedstrijd-B skiff.
- De prioriteitslijst is statisch. Er wordt niet gekeken wat het effect is van de aanschaf van de eerste prioriteit. In een ongunstig geval kan het zo zijn dat één nieuwe aankoop niet voldoende is om een prioriteitsgroep "uit de lijst" te krijgen, maar dat er een groeter kwaliteitsimpuls nodig is. In de huidige systematiek kan zo'n aanschaf pas volgend jaar plaatsvinden.
- De wijze van gemiddelde-berekening werkt niet goed bij grote kwaliteitsverschillen binnen de prioriteitsgroep. Een aantal redelijke boten kan één "rotte appel" camoufleren, waardoor deze jarenlang niet op de vervangingslijst komt. Dit geldt momenteel bijvoorbeeld voor de Hans Peters. Dit schip uit 1989 is momenteel een van de slechtste schepen die we hebben, maar op de traditionele lijst is hij nog lang niet aan de beurt...
Nieuwe systematiek
Ik heb de volgende wijzigingen bedacht:
- De prioriteitsgroepen worden afgeschaft. In plaats daarvan krijgt elke categorie een aantal vergelijkingscategorieën. In deze categorieën zitten schepen die te beschouwen zijn als vervanging wanneer het desbetreffende schip zelf niet beschikbaar zou zijn.
-
De prioriteit wordt niet meer per groep bepaald, maar individueel per schip. De vervangingsprioriteit van een schip is gedefinieerd als het gemiddelde van drie ratio's:
- De eigen kwaliteit
- De gemiddelde kwaliteit van de overige schepen uit de categorie waartoe het schip behoort
- De gemiddelde kwaliteit van de schepen uit de vergelijkingscategorieën
Door deze middeling weegt de individuele kwaliteit van het schip zwaarder mee, waardoor slechte schepen binnen een verder hoogwaardige categorie niet aan de aandacht ontsnappen.
Resultaat
Hieronder de Top-10 prioriteitenlijsten die met de twee methodes berekend zijn:
Prioriteitenlijst oude systematiek
| Prioriteitsgroep | Prioriteit 2007 | Prioriteit 208 |
|---|---|---|
| Wherry's | 38 | 25 |
| Vieren ongestuurd niveau III | 33 | 29 |
| C1'en | 46 | 42 |
| Tweeën niveau III | 42 | 42 |
| Skiffs WedB | 50 | 44 |
| C4'en | 44 | 44 |
| Vieren gestuurd niveau III | 44 | 44 |
| Tweeën niveau II tot 65 kg | 54 | 46 |
| C2'en ongestuurd | 67 | 54 |
| Achten | 60 | 55 |
Prioriteitenlijst nieuw systematiek
| bootnaam | boottype | Kwaliteit 2007 | Kwaliteit 2008 | Kwaliteit eigen cat. | Kwaliteit vergelijkingscat. | Prioriteit |
|---|---|---|---|---|---|---|
| B. Sondaal | 4-/4x- | 1 | 1 | 3,00 | 3,50 | 2,50 |
| Vlotteric | 4-/4x- | 3 | 3 | 2,00 | 3,50 | 2,83 |
| Quarterback | 4-/4x- | 4 | 3 | 2,00 | 3,50 | 2,83 |
| Nieuwe Vaart | Wherry | 3 | 2 | 2,00 | 5,00 | 3,00 |
| Keulse Vaart III | Wherry | 3 | 2 | 2,00 | 5,00 | 3,00 |
| Zesstedenvaart | Wherry | 3 | 2 | 2,00 | 5,00 | 3,00 |
| Hans Peters | 8+ | 1 | 1 | 5,25 | 3,12 | |
| Pikaia | 1x | 3 | 3 | 3,33 | 3,17 | |
| Spoiler | 2-/2x | 4 | 3 | 3,00 | 4,00 | 3,33 |
| Wim Burger | 2-/2x | 4 | 3 | 3,00 | 4,00 | 3,33 |
| El-Ahrairah | 1x | 3 | 3 | 3,67 | 3,33 | |
| Double Dutch | 2x | 3 | 3 | 3,75 | 3,38 | |
| Fine de Fleur | 1x | 3 | 3 | 3,75 | 3,38 | |
| Moe | C1x | 2 | 2 | 4,00 | 4,33 | 3,44 |
| Primo | C1x | 2 | 2 | 4,00 | 4,33 | 3,44 |
| Deuxième Amour | Single wherry | 3 | 2 | 5,00 | 3,50 | |
| Ménage à Trois | 2-/2x | 3 | 3 | 4,00 | 3,50 | |
| Kaptein Rob | 2x | 4 | 3 | 4,00 | 3,50 | |
| Octoplus | 1x | 1 | 1 | 4,00 | 5,67 | 3,56 |
| Môgge | 1x | 5 | 4 | 1,00 | 5,67 | 3,56 |
Deze laatste lijst moet "dynamisch" geïnterpreteerd worden: elke keer als een aankoop bepaald is wordt de lijst opnieuw doorgerekend alsof de aankoop als gedaan is. Het spreekt vanzelf dat een vervanging van de Sondaal alle andere vier-zonders naar de onderste regionen stuurt.
Belangrijke opmerking: Bovenstaande prioriteitenlijst is opgesteld vóórdat de jaarlijkse vlootwaardering door de materiaalcommissie heeft plaatsgevonden. Dit zijn dus geen definitieve cijfers; ze zijn uitsluitend bedoeld als onderbouwing van de systematiekwijziging.
Ingewikkeld verhaal, maar het resultaat spreekt mij zeer aan! En jou?

Who to Watch - World Cup II (Luzern)